Vandaag was ik op metrostation Van der Madeweg, een bovengronds metrostation, waar ik rustig op mijn (te late) aansluiting stond te wachten. Om het wachten voor mij wat te veraangenamen steek ik een sigaret op en loop ik wat rond op het station. Na wat rondjes gelopen te hebben om warm te blijven spreekt u me aan, en ik versta nog net het woord ‘sigaret’ terwijl ik mijn koptelefoon afzet. Ik ben de onaardigste niet, en grabbel naar mijn sigaretten.
Dan wordt het duidelijker: u wilt helemaal geen sigaret. U bent van mening dat ik daar niet mag roken. Helemaal overrompeld stamel ik "ik mag hier gewoon roken!" maar het mag niet baten. U zegt "wedden", wat mij in een nog grotere staat van overrompeldheid brengt. Ik stamel maar nog een keer "ik mag hier gewoon roken…", maar nu voel ik de onzekerheid van mijn uitspraak. "Moet ik er iemand bijhalen? Wil je een boete?" Ik weet niet meer wat ik moet zeggen. Nogmaals stamel ik mijn zinnetje.
U claimt dat u nu geen tijd hebt, maar de volgende keer dat we elkaar tegenkomen zal u het bewijzen. Uw metro komt aanrijden en u stapt in. U blijft staren met een woeste blik tot de metro wegrijdt. Staarcompetities heb ik altijd gewonnen, maar deze keer geef ik op. Nutteloos.
Ik blijf achter, onzeker en trillend van de vijandigheid die u uitstraalde. De adrenaline schiet door mijn lijf. Ik ben boos, onzeker en bang dat ik een grove maatschappelijke blunder heb begaan.
Dan schiet het me te binnen. het GVB heeft in alle metrostellen en op alle stations de "huisregels" hangen, 10 voor zichzelf sprekende iconen met een begeleidende tekst. Er staat mij bij dat een van de iconen een sigaret is met een rode streep er door. Ik hobbel, nog steeds onzeker, naar de abri waarin de tijdentabel, een uitleg over de OV-Chipkaart en de huisregels hangen. Ik staar naar het icoon. Een sigaret met een streep. Shit. Dan lees ik de tekst.
Verboden te roken
Het is niet toegestaan te roken in de voertuigen en ondergrondse metrostations.
Ondergronds. Ik kijk om me heen. Bomen, vogels, treinen, gebouwen. Ik ben niet ondergronds. Ik ben ook niet in een voertuig van het GVB. Ten minste, ik kan in alle redelijkheid aannemen dat dit metrostation stationair is en mij niet naar mijn werk gaat brengen.
Glunderend rook ik trots het laatste stukje van mijn sigaret op. Mensen kijken hoe ik glunderend over het platform loop. Mensen kijken vies. mijn SEP-veld is geactiveerd. Mijn metro arriveert en ik stap in.
De laatste jaren zijn er veel maatregelen genomen tegen roken in openbare plekken. In Rotterdam mag je bijvoorbeeld niet op een bovengronds metroperron roken. Kroegen hebben rookverboden opgelegd gekregen. Treinen hebben geen rokerscoupé’s meer, iets waar ik best iets meer voor zou willen betalen. Je mag zelfs niet meer roken op bovengrondse treinperrons, al heeft de NS hier de rookpaal voor in het leven geroepen. Hier heb ik nooit echt tegen geprotesteerd, los van kroegpraat, en ik hou me aan de regels die een kroeg me oplegt. Dit betekent dus dat als het management van de kroeg besloten heeft dat er binnen gerookt mag worden, dat ik binnen rook.
Ik heb klachten van andere mensen altijd naar alle redelijkheid overwogen en waar nodig actie ondernomen om eventuele overlast te minimaliseren, maar dit was echt de druppel.
Beste meneer van het GVB. Als ik u nog een keer tegen kom (en ik hoop dat dat snel is want ik ben slecht met gezichten) dan ga ik u vragen om uw personeelsnummer. Hopelijk tonen uw collega’s van HR meer respect tegenover mijn situatie.
Met vriendelijke groeten,
Martijn Bakker, dagelijks GVB-klant.